Wet werk en zekerheid

Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet Werk en Zekerheid van kracht geworden.
Daardoor is voor de werknemer met een tijdelijke arbeidsovereenkomst veel gewijzigd.
De werkgever moet 1 maand voor beëindiging van de overeenkomst de werknemer informeren over het beëindigen van de overeenkomst. Bij een overeenkomst voor minder dan 6 maanden geldt deze verplichting niet.
Voorheen kon de werkgever een proeftijd van 1 of 2 maanden overeenkomen. Bij overeenkomsten voor korter dan 6 maanden is dat niet meer mogelijk.
Indien de werkgever geen werk heeft voor de werknemer dan moet hij hem nog wel doorbetalen. Alleen als de werknemer incidenteel werk verricht dan kan de loondoorbetalingplicht niet van toepassing. In de cao kan worden afgeweken van deze regel.

Een 0 uren contract kan maximaal voor een periode van 6 maanden worden overeengekomen. Afwijking in de cao is mogelijk.
Een werkgever kan maximaal 3 tijdelijke contracten in maximaal 24 maanden afsluiten of 1 tijdelijk contract voor korter dan 24 maanden. Het 4 e contract is automatisch een contract voor onbepaalde tijd. De regeling is ook van toepassing als je bij een andere werkgever dezelfde werkzaamheden gaat uitvoeren.

Ontslag gaat via het UWV of de kantonrechter.
Bij ontslag om bedrijfseconomische reden of langdurige arbeidsongeschiktheid moet de werkgever een vergunning voor het ontslag vragen bij het UWV.
Bij ontslag op staande voet kan alleen via de kantonrechter het ontslag ongedaan worden gemaakt. De procedure start met een verzoekschrift. De beroepstermijn is 2 maanden.

Werkloosheidswet.
De duur van de WW wordt in 4 jaar afgebouwd van maximaal 38 maanden naar 24 maanden in 2019. Voor de eerste 10 jaar wordt per gewerkt jaar 1 maand WW opgebouwd. Daarna is de opbouw per gewerkt jaar ½ maand.
Voor hulp kunt u kunt u een afspraak maken. De intake is gratis.